Waarom blijven MSP's hangen in Identify en Protect?
MSP’s leunen historisch op de Identify- en Protect-pijlers van het NIST Cybersecurity Framework, maar laten Detect en Response vaak onbenoemd. Daardoor ontbreekt zicht op actieve dreigingen in Microsoft 365-omgevingen, terwijl incidenten wekelijks in het nieuws komen. Een MDR-laag bovenop een strak beheerde werkplek sluit dat gat.
Hoe past MDR in het NIST-framework voor MSP's?
Het NIST Cybersecurity Framework kent vijf functies: Identify, Protect, Detect, Respond en Recover. MSP’s hebben zich traditioneel gericht op de eerste twee: assets in kaart brengen en configuraties dichttimmeren. MDR (Managed Detection and Response) vult Detect en Respond in met continue monitoring en actief ingrijpen. Zonder een stabiele Golden Master-configuratie in Microsoft 365 produceert MDR echter ruis, omdat afwijkingen niet onderscheiden kunnen worden van bedoelde wijzigingen.
-
Wat dekt Identify en Protect wel af?
Identify inventariseert assets, gebruikers en risico’s in de Microsoft 365-tenant. Protect zet controls zoals MFA, conditional access en baseline-policies vast in een herhaalbare standaard.
-
Waar begint Detect en Respond?
Detect signaleert afwijkend gedrag in logs, sign-ins en configuraties. Respond zet die signalen om in ingrijpen: account isoleren, sessie intrekken, policy terugdraaien naar de Golden Master.
-
Waarom is configuratie-drift een blinde vlek?
Zonder vastgelegde standaard is elke wijziging in een klanttenant potentieel legitiem of potentieel kwaadaardig. Een Golden Master maakt drift zichtbaar en geeft MDR-analisten een referentiepunt.
MSP's zijn goed in Identify en Protect. De volwassenheidsslag zit in Detect en Respond.